Steven, PDD en ADHD

Steven is 11 jaar oud, zit op het normaal basisonderwijs in groep 7. Qua intelligentie zouden leerkrachten betere prestaties verwachten dan hij laat zien. Steven heeft erge concentratieproblemen in de klas. Hij is weinig taakgericht en reageert op alles. Hij is erg onrustig. Toch kan hij als het stil is zich best goed concentreren en laat dan ook goede prestaties zien. Maar helaas is het bijna nooit stil in de klas. Daarnaast staat de leerkracht voor de klas dingen uit te leggen en lukt het Steven moeilijk de instrukties op te volgen.

Thuis zijn er ook gedragsproblemen. Hij is moeilijk aanspreekbaar als hij ergens mee bezig is, wordt snel boos, weinig gaat echt vanzelf. Hij automatiseert moeilijk. Hij kan moeilijk verwoorden waarom hij boos wordt, maar ineens is het er. Zijn ouders zien ook niet echt een oploop van spanning bij hem. Hij heeft hobbies, waar hij moeilijk van los kan komen. Het is moeilijk zijn aandacht te pakken. Hij is vaak gehaast en stelt veel vragen over wat er straks of morgen plaatsvindt. En in periodes dat er thuis al veel stress is wordt het bij hem alleen maar erger. Hij kan moeilijk rekening houden met anderen en zich even terugtrekken, behalve met zijn hobbys.

Hij heeft eigenlijk geen vriendjes en zijn ouders zouden zo graag willen dat het anders is. 

Steven heeft de diagnose ADHD en PDD gekregen en het advies medicatie te gaan gebruiken voor de concentratie. Medicatie lijkt een tegengestelde werking te hebben. In plaats van rustiger wordt hij nog drukker. En hoewel school aangeeft dat concentratie verbetert twijfelen ouders daaraan.

Diagnostiek

Het onderzoek vindt in een heel rustige omgeving plaats. Tijdens het neuropsychologisch onderzoek laat Steven op de aandachtstaken het volgende zien:

Het wisselen van de ene taak naar de andere is lastig. Taken die meer een beroep doen op luisteren zijn moeilijker dan taken die visueel zijn. Als er nieuwe informatie tussendoor komt is hij de informatie daarvoor weer voor een groot deel kwijt.

Het volhouden van aandacht gaat wel goed, zolang de taak de interesse heeft. Over het algemeen scoort Steven gemiddeld tot bovengemiddeld vergeleken met leeftijdsgenoten, behalve op het luisteren naar hoge en lage piepjes en drukken wanneer je een hoog piepje hoort. Ook op het wachten op een toon voordat je antwoord mag geven had hij moeite. Tijdens de wat saaiere taken werd hij onrustig en begon te wriemelen en te draaien.

In het EEG zien we zeker verschillen met de normgroep. Het EEG ziet er heel anders uit dan bij mensen met ADHD. We zien ook overeenkomsten met andere mensen met PDD, maar deze overeenkomsten zijn nog niet bewezen en ook de effecten van behandeling zijn nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat er rechtszijdig meer afwijkingen zijn dan linkszijdig en dat er rechts-temporaal meer alpha aanwezig is.

 

Neurofeedback 

We weten dat neurofeedbackbehandeling voor PDD experimenteel is, maar kunnen wel in het EEG aanwijzingen zien die klachten zouden kunnen verklaren en het brein flexibeler kunnen maken. We besluiten een paar protocollen te starten en zeer intensief te evalueren met ouders (voor en na de sessie en eventueel per mail).

De neurofeedback lijkt Steven aan te spreken, misschien omdat het allemaal heel meetbaar en zichtbaar is, misschien omdat het allemaal in een rustige veilige omgeving plaats vindt, misschien omdat heel duidelijk is wat van hem verwacht wordt. Hij komt graag en de flexibiliteit in het omgaan met nieuwe opdrachten en meerdere opdrachten tegelijk en door elkaar lijkt toe te nemen. Ook het meer dwangmatige wriemelen en draaien neemt af. De contactname neemt toe, maar dit kan ook te maken hebben met het bekend raken met de therapeut en de situatie. 

In hoeverre e.e.a. generaliseerbaar is naar andere situaties is een heel belangrijk aandachtspunt en contact met school en ouders is daarom van groot belang. Echter ook op school wordt een betere concetratie en minder bewegingsonrust gerapporteerd. 

Een doel van de behandeling is dat het leren en automatiseren en oplossingen verzinnen makkelijker gaat door beter aandacht te kunnen richten en meer informatie tegelijk kunnen hanteren en dat een plekje geven. Een ander belangrijk doel is dat er meer zelfsturing komt en minder afhankelijkheid van de omgeving. Hoewel de verwachtingen misschien niet al te hoog gespannen mogen zijn zijn er wel aanwijzingen voor effecten van bepaalde protocollen op deze aspecten.

Omdat Steven zelf moeilijk aangeeft hoe de neurofeedback voelt of werkt en wat hij moet doen, is het heel lastig vast te stellen wat de neurofeedback doet. Ouders geven wel aan dat woede-uitbarstingen minder worden en dat Steven makkelijker uit zijn hobbys gehaald kan worden. Ook lukt het Steven op school iets beter en iets langer zijn werk vol te houden. Omdat naast de neurofeedback ook met ouders en school gewerkt wordt aan het struktureren van het weekschema, het creeeren van voldoende duidelijkheid en veiligheid en de wijze van leren van Steven, blijft onduidelijk wat de neurofeedback en wat de overige interventies gedaan hebben. Ook is onduidelijk of het geleerde langdurig beklijkft. We sluiten de therapie af met het voorstel via mail en telefoon in ieder geval 4 keer per jaar contact te houden.

 
Een jaar later

Ouders geven aan dat bepaalde klachten lijken terug te komen. De onrust neemt toe. Op school gaat het redelijk. Met extra individuele begeleiding heeft Steven toch 2 jaar ingehaald op rekenen. Thuis houdt hij zich veel bezig met zijn hobby's en heeft er lol in. Maar het lukt hem steeds moeilijker te wachten, stil te zitten aan tafel bijvoorbeeld en er zijn ook weer meer conflictsituaties thuis. Hij wordt niet meer zo boos als vroeger, maar lijkt wel weer sneller boos. Hij lijkt weer moeilijker aanspreekbaar. Afgesproken wordt nog een terugkom-sessie te doen en te kijken of Steven nog in staat is de concentratie op te roepen, die hij geleerd heeft. Wellicht zijn er ook omstandigheden (thuis, op school, nieuwe leerkrachten, nieuwe hobby's, wellicht beginnende puberteit, spanning voor CITO) die maken dat er wat meer druk op Steven ligt. 

Bij de training blijkt Steven vrij snel weer in staat de gewenste staat op te roepen. Hij wordt er wel weer een beetje moe van. In overleg met ouders spreken we nog een paar sessies af. In die sessies komt ook aan de orde wat Steven zelf denkt dat veranderd is en hij geeft zelf aan, dat hij het druk heeft. Dat het bij Steven sneller druk is als situaties veranderen, hij nieuwe dingen moet leren, zijn ouders het druk hebben, zal niet veranderen. Hij is gewoon wat prikkelgevoeliger dan andere kinderen. Belangrijk is dat hij weer gelegenheid krijgt zich de nieuwe situatie eigen te maken en voldoende tijd te krijgen daarvoor en weer weet hoe het is als je rustig bent.

En dat 'weten' hoe het is als je rustig bent heeft hij in ieder geval met de neurofeedback geleerd. Daarvoor kende hij dat niet.