Hersenletsel

Onder de noemer "Niet Aangeboren Hersenletsel" (NAH) vallen meerdere letselvormen. Het letsel kan traumatisch van aard zijn: verkeersongevallen, ongevallen op werk,  school of in huis, geweld, enz.  (in het Engels bekend als Traumatic Brain Injury, TBI). Bekend is bijv.  "Whiplash". De term whiplash (in goed Nederlands: zweepslag) verwijst naar de klachten die ontstaan als gevolg van een plotselinge versnelling of vertraging van het hoofd. Hierdoor ondervinden de hersenen plotseling andere drukken dan normaal. Bekend is de aanrijding van achteren waarbij het hoofd van de bestuurder naar achteren klapt. Maar ook zijdelingse aanrijdingen kunnen een forse impact hebben op de hersenen. Sommige mensen merken de eerste uren niets. Daarna komen dan klachten op  als pijn, tintelingen, duizeligheid, misselijkheid en overgeven, slaapklachten, concentratie en geheugenproblemen, gevoeligheid voor licht en geluid. Niet iedereen heeft last van deze klachten, en ze komen niet bij iedereen in dezelfde mate voor. Ook andere klachten komen voor, zoals moeite met het vinden van woorden.
 
Carla, een client, die in 2009 een ongeval heeft gehad en daarmee hersenletsel heeft opgelopen, heeft haar leven voor het ongeluk, kort na het ongeluk en de behandelingen, die ze heeft gehad en de rol die neurofeedback daarin heeft gehad beschreven. Lees een korte samenvatting van haar ervaringen hier.
 
Ook niet-traumatische vormen van NAH komen veel voor: herseninfarcten en gevolgen van uiteenlopende ziekten zoals bijvoorbeeld kanker, MS, Parkinson. We zien soms veranderingen in persoonlijkheid maar ook duidelijke functieverstoringen in bijvoorbeeld het geheugen of de motoriek. Nog niet zolang geleden kregen mensen met deze klachten het advies om er "maar mee te leven". Neurofeedback maakt het mogelijk om de last van deze klachten te verminderen of zelfs op te lossen. Met neurofeedback kunnen de hersenen worden getraind om die activiteit te vertonen die nodig is voor het leven van alledag. Hierdoor kunnen mensen weer aan het werk.  
Een gezond brein vertoont op de schedel een patroon van elektrische activiteit, waarbij op het achterhoofd meer langzame activiteit voorkomt, en meer naar voren snellere activiteit. Door de whiplash kan dit patroon verstoord zijn. Zo kan plotseling veel alfa-activiteit optreden, een indicatie dat de activiteit van een bepaald hersendeel in de ruststand staat. Hierdoor kunnen mensen vermoeid raken als ze hun gewone werk weer willen oppakken. Door de alfa met neurofeedback naar beneden te trainen wordt het betreffende hersendeel weer geactiveerd. 
Anderzijds kan er ook op het achterhoofd te veel snelle activiteit worden aangetroffen. Hierdoor kan de alledaagse ontspanning verstoord zijn, en ook de slaap. Het terugdringen van deze snelle activiteit brengt de hersenen dan weer tot rust. Zo zijn er vele unieke verstoringen in het elektrisch patroon mogelijk die elk hun eigen aanpak vereisen. Met behulp van een uitgebreide diagnostiek kunnen verstoringen worden opgespoord om vervolgens door neurofeedback training te worden aangepakt.
 
Over NAH en neurofeedback is inmiddels behoorlijk wat bekend.  De meest opvallende kenmerken van NAH zijn een afname in de informatieverwerking, verlengde reactietijden, en een vermindering van gericht, volgehouden en verdeelde aandacht. 
Studies naar de effecten van neurofeedback bij NAH  hebben vooral betrekking op licht hersenletsel en betreffen meestal case studies ( bijv. Byers, 1995; Wing, 2001) of kleine groepsstudies (Ayers, 1995; Hoffman et al., 1996). 
Vroege studies van Ayers hadden vooral betrekking op het terugdringen van de frequenties tussen vier en zeven Hertz (Ayers, 1983) Hoffman et al., 1995 claimen 80% succes met neurofeedback van minimaal 70% verbetering van zelfgerapporteerde symptomen, bij een start van 6 maanden na het incident. Zij rapporteren geen follow-upgegevens.
Walker et al (2002) rapporteren in een studie bij 26 patiënten met “mild closed head injury” over het resultaat van coherentietraining. De duur van de klachten varieerde tussen drie en 70 maanden. Bij 88% werd een verbetering van meer dan 50% gevonden (gemiddeld 73%) bij een gemiddelde duur van 19 sessies. De follow-up had hier betrekking op een periode tussen één en 13 maanden.
Wat de duur van behandeling betreft vonden Bounias et al (2002) een relatie tussen aanvankelijke ernst van de symptomen en de mate van verbetering met het aantal sessies neurofeedback.
In een recente gecontroleerde pilotstudie (Brinson, et al. 2008) bij neglect als gevolg van  een hersenbloeding  werd na 10 sessies in 10 dagen een verbetering gevonden in het executief functioneren op de attentional network test. Follow-up ontbreekt echter.
 
 
CP
De verschillende delen van de hersenen moeten met elkaar in verband staan om doelgericht gedrag mogelijk te maken. Sensorische informatie en motorische coördinatie hangen hier in sterke mate van af. Het is ook belangrijk voor leerprocessen, geheugen, informatieverwerking en waarneming. De coherentie van het EEG (de overeenkomst van de activiteit tussen twee frequentie(banden) in verschillende gebieden) bij Cerebrale Parese, “hersenverlamming”, is op sommige locaties verlaagd ten opzichte van controles, met name tussen beide hersenhelften (Kulak & Sobaniec, 2005). Neurofeedback kan een rol spelen bij de behandeling van epilepsie in CP, die geschat wordt plaats te vinden bij 25 tot 45% van de patiënten. In tetraplegie wordt zelfs tot 71% epilepsie gerapporteerd. Insulten vinden vaak plaats vanaf het eerste levensjaar, merendeels tonisch-clonisch en partieel (Kulak, et al.,2006). Sterman en Egner (2006) berichten in een overzichtsstudie dat de verschillende neurofeedbackstudies sinds 1982 een gemiddelde afname van meer dan 50% van de insulten kon worden bereikt bij 50% van de onderzochte patiënten, die niet afdoende reageerden op medicatie. Slechts 5 % werd aanvalsvrij. Neurofeedback lijkt dus ook bij deze groep patiënten mogelijkheden te bieden als ze niet afdoende reageren op medicatie, of als medicatie ongewenst wordt geacht. Specifieke studies op dit terrein ontbreken tot nu toe.
 
Conclusie: 
Alle resultaten wijzen op een succes van de uiteenlopende neurofeedbackbehandelingen. Deze resultaten sluiten aan bij studies naar neurofeedback in andere toepassingsgebieden, zoals ADHD, angst- en slaapklachten. Er is nog veel onbekend over de relatie tussen EEG en de praktijk. Deze is complex. Juist daarom zijn nieuwe studies nodig, waarin de rol van neurofeedback in een multimodale setting kan worden geëvalueerd. 
Om desalniettemin de spreekwoordelijke knuppel maar eens in het hoenderhok te doen belanden: wanneer in de revalidatie geen gebruik wordt gemaakt van de reeds aanwezige kennis en mogelijkheden van neurofeedback onthouden we onze patiënten de mogelijkheid op daadwerkelijk herstel. Neurofeedback gaat over het herstel van cognitieve vermogens en beter functioneren, niet over het aanpassen aan beperkingen.
 

Referenties
 
Ayers, M. (1995). A Controlled Study of EEG Neurofeedback and Physical Therapy With Pediatric Stroke, Age Seven Months to Age Fifteen, Occurring Prior to Birth. Biofeedback and Self-Regulation, Volume 20, No. 3, 318
 
Bounias, M., Laibow, R.E., Stubblebine, A.N., Sandground, H. &Bonaly, A. (2002). EEG-Neurobiofeedback treatment of patients with brain injury: duration of treatments as a function of both the initial load of clinical symptoms and the rate of rehabilitation. Journal of Neurotherapy, 6, (1)23-38.
 
Byers, A.P. Neurofeedback therapy for a mild head injury. (2005). Journal of Neurotherapy, 1, 22-37
 
Brinson, H., Gruzelier, J., Linnell, K., Kalra,l. & Steffert, T. (2008). A controlled pilot study of the efficacy of neurofeedback in enhancing attention in middle-aged participants. Revista Espanola de Neuropsicologia,10 (1), 125.
 
Hoffman, D.A., Stockdale, S. & Hicks, L. (1995). Diagnosis and treatment  of head injury. Journal of neurotherapy,1, 14-21.
 
Hoffman, D.A., Stockdale, S. van Egeren, L., et al. (1996). EEG neurofeedback of mild traumatic brain injury, Clinical Electroencephalography, 27, 6.
 
Kulak, W. & Sobaniec, W, (2005). Quantitative EEG analysis in children with hemiparetic cerebral palsy. Neurorehabilitation, 20, 75-84.
 
Sterman, M. B., & Egner, T. (2006). Foundation and practice of Neurofeedback for the Treatment of Epilepsy. Applied Psychophysiology and Biofeedback, 31,.
 
Wing, K. (2001). Effect of neurofeedback on motor recovery of a patient with brain injury: a case study and its implications for stroke rehabilitation. Topics in Stroke and Rehabilitation, 8(3): 45-53






<!-- training, motivatie, -->